Parasietenadvies op maat voor de kat

Parasietenadvies op maat voor de  kat 

Van standaard 4x per jaar ontwormen en elke maand ontvlooien naar een advies op maat. De reden dat we volwassen honden en katten ontwormen heeft vooral te maken met het zoönotisch potentieel van spoelwormen en de Echinococcus lintworm. Hetgeen de hond of kat eet en waar en hoe hij leeft is van invloed op de kans op infectie. Voor spoelworminfecties is bekend dat slechts 15% van de honden verantwoordelijk is voor 75% van de patente infecties. Veel honden worden dus standaard ontwormd tegen spoelworm terwijl ze dit niet hebben. Naast het zoönotisch aspect speelt ook de longworm (Angiostrongylus vasorum) een steeds grotere rol in het veroorzaken van ziekte. Voor meer informatie over de typen wormen die voorkomen bij de hond en kat verwijzen we graag naar de ESCAPP. Hieronder vindt u een handvat voor het gebruik van antiparasitica bij de kat waarbij zowel de gezondheid van het dier en het zoönotisch aspect van sommige parasieten als de belasting voor het milieu en de biodiversiteit in acht is genomen.  

Handvat antiparasitica kat 

Endoparasieten

Bij de kat geldt, net als bij de hond, het advies om in principe te ontwormen op basis van ontlastingsonderzoek. Indien de klant de voorkeur heeft preventief te ontwormen, dan kan dezelfde frequentie gehanteerd worden. 

Geef eigenaren het advies om de kat na ontworming twee dagen binnen te houden om er zo voor te zorgen dat de ontlasting met antiparasitica niet in het milieu terecht komt. 

Bij de aanwezigheid van vlooien dient er te worden ontwormd omdat de vlo een tussengastheer is voor de hondenlintworm (komt zowel bij hond als kat voor). 

Diagnostiek 

Er zijn verschillende manieren om te testen op wormen en ze zijn lang niet allemaal even sensitief. De sensitiviteit en specificiteit van de testen, met name op het gebied van microscopie, zijn ook afhankelijk van de kennis en ervaring van degene die het uitvoert. Hieronder de verschillende opties.  

* Mogelijk onder andere via Het Woud, het VMDC en IDEXX 

Ectoparasieten

Diergeneesmiddelen moeten aan uitgebreide veiligheids- en kwaliteitseisen voldoen voordat ze worden goedgekeurd. Bij de toelating van diergeneesmiddelen wordt echter niet beoordeeld hoeveel van deze middelen in het milieu terecht komen en wat de risico’s voor het milieu zijn (EMEA, 2016). Wat betreft ectoparasitica weten we dat deze door het gebruik bij huisdieren in het milieu terechtkomen en hier nadelige effecten kunnen hebben (o.a. verhoogde bijensterfte door imidacloprid). 

De ectoparasitica die bij honden en katten worden gebruikt, kunnen op verschillende manieren in de omgeving terecht komen:

  • Via huid/haren door aaien of verharen 
  • Door het wassen van het dier of doordat het dier (hond) in oppervlaktewater zwemt 
  • Via de ontlasting/urine 

 Behandeladvies

 Het algemene advies om de omgevingsbelasting zo laag mogelijk te houden, is om katten op maat te behandelen. Er zijn (zeker in de randstad) veel katten die alleen binnen leven of enkel in beschermde binnentuinen/dakterrassen komen.  Het hele jaar door preventief ontvlooien is dus wellicht helemaal niet nodig voor elke kat. Ook tekenpreventie is afhankelijk van de gevoeligheid van de kat, van zijn leefomgeving en daarnaast seizoensgebonden. 

Indien er besloten wordt een antiparasiticum* te gebruiken: maak eigenaren er bewust van dat dit product wordt uitgescheiden en in het milieu terecht komt! 

Om dit zoveel mogelijk te voorkomen: houd buitenkatten het liefst 2 dagen na behandeling binnen om te voorkomen dat middelen via ontlasting in het milieu terechtkomen. 

*Voor meer informatie over het meest geschikte antiparasiticum verwijzen we graag naar de producttabellen van ESCAPP.

Heb je vragen of tips n.a.v. dit handvat, neem dan contact met ons op via het contactformulier, t.a.v. werkgroep Medicatie.

Richtlijnen voor behandeling